Tijdens het laatste stuk van de persfase, als het hoofdje van de baby ‘staat’, rekken de vagina, huid en spieren flink op. In sommige gevallen zal een zorgverlener adviseren om een knip te zetten.

Illustratie door Anna Sieben©

Wat is een episiotomie?

Een episiotomie, in de volksmond ook wel ‘de knip’ genoemd, is een chirurgische handeling waarbij de zorgverlener met een schaar in het perineum, de vaginawand, de bekkenbodemspieren en clitoraal weefsel knipt. De knip kan op meerdere manieren gezet worden, waarvan de mediolaterale episiotomie verreweg de meest gebruikelijke is. Bij een mediolaterale episiotomie wordt vanaf de achterkant van de vagina in een hoek van 45 tot 60 graden naar links of rechts een incisie gemaakt, waarbij de anale sfincters worden vermeden.

Een episiotomie is een medische handeling waarvoor de barende vrouw toestemming moet geven. Dit betekent dat een zorgverlener volgens informed consent moet handelen, waarbij de barende voorgelicht moet worden over de voor- en nadelen, voordat zij een keuze maakt. Voor meer informatie over de rechten & plichten zie het artikel: ‘Rechten en plichten in de geboortezorg’.

Wanneer wordt een episiotomie gezet?

Een episiotomie kan worden gezet bij:

  • Foetale nood (lees het artikel ‘Dopton en CTG tijdens de baring voor meer informatie wanneer er mogelijk sprake is van foetale nood);
  • Een (sub)totaalruptuur in de anamnese;
  • Het gebruik van een vacuümbevalling;
  • Vaginale stuitbevalling;
  • Langdurige persfase.
  • Er is niet altijd goede wetenschappelijke onderbouwing voor de verschillende indicaties. Lees meer over de onderbouwing van deze indicaties in het artikel ‘Ruptuur & Episiotomie.

Het lijkt simpel: met uitwendig onderzoek en groeiecho’s achterhaal je de groei van de baby en daar kunnen we dan beleid op maken.

Maar zo simpel is het niet (helaas).

Met name bij baby’s die we ‘te klein’ schatten, zijn er een aantal uitdagingen:

  1. Een groeiecho kan er zo’n 15% naast zitten (dus 3000 gram kan 2550 of 3450 gram zijn);

  2. Een kleine baby an sich is geen probleem: 50-70% van de kleine baby’s zijn fysiologisch klein en ondervinden hiervan geen problemen.

  3. Alle ‘te’ kleine baby’s eerder inleiden is dus geen goede oplossing: die 50-70% ondervinden dáár juist problemen van.

Maar wat dan wél? En welke kleine baby’s hebben wél last van een onderliggend probleem?

Donderdag 27 augustus om 19.30 uur geef ik een masterclass over de SGA en/of groeivertraagde baby!

Inclusief terugkijklink!

Voor 45 ben je een maand lid (en pak je toevallig dus ook de masterclass op 10 september mee over de ‘te’ grote baby).

Elke week een gratis artikel!

Bij Vraag de Vroedvrouw houden we van cadeautjes! 🎁

En dit jaar is dat cadeautje:
elke week gaat er op maandag een artikel gratis open 🥳

Als je lid bent van mijn nieuwsbrief krijg je elke week te horen welk artikel er openstaat én geef ik wat extra input over dat onderwerp. Je kunt het artikel dan dus ook makkelijk delen met wie (nog?) geen lid is!

Stuur mij elke week het gratis artikel!

Nieuwsbrief formulier footer