
Naast een vruchtwaterpunctie krijgt een zwangere na een afwijkende uitslag van de NIPT of als er een medische reden is om direct vervolgonderzoek te doen, ook de keuze voor een vlokkentest.
Hoe werkt een vlokkentest?
Een vlokkentest gebeurt in een Centrum voor Prenatale Diagnostiek. De arts neemt via de vagina of buikwand een stukje weefsel van de placenta uit de baarmoeder. Via de vagina gebeurt dit met een klein tangetje of slangetje. Via de buikwand met een dunne naald. In de placenta zitten deels dezelfde cellen als van de baby. Deze cellen onderzoekt het laboratorium op afwijkingen aan de chromosomen.Â
Wanneer kun je de vlokkentest doen?
De vlokkentest via de vagina wordt meestal gedaan bij een zwangerschapsduur van ongeveer 11 tot 13 weken. Daarna wordt de vlokkentest vaak via de buikwand gedaan.
Voor- en nadelen van een vlokkentest
Voordelen:
- Het onderzoek geeft bijna altijd zekerheid of de baby wel of geen chromosoomafwijking heeft. Bij 1 tot 2 van de 100 onderzoeken is er geen zekerheid. Omdat er te weinig weefsel is afgenomen of omdat de uitslag ondanks voldoende weefsel toch onduidelijk is. De vlokkentest kan dan soms worden herhaald of de zwangere krijgt een vruchtwaterpunctie aangeboden (rijnstate website).
- Het onderzoek is relatief vroeg in de zwangerschap (11-13 weken). Het eventueel afbreken van de zwangerschap kan dan via een zuigcurettage of medicatie. Een afbreking later in de zwangerschap kan alleen nog maar door het inleiden van de bevalling.
Nadelen:
- Door de vlokkentest kan de zwangere een miskraam krijgen. Dit gebeurt bij ongeveer 2 op de 1000 onderzoeken (pns website).
- De kans op een onduidelijke uitslag van de vlokkentest is groter dan bij een vruchtwaterpunctie: 1 tot 2 op de 100 onderzoeken vergeleken met 2 op de 1000 onderzoeken (Rijnstate ziekenhuis). Dat komt doordat in 1-2% van de zwangerschappen een chromosoomafwijking wordt ontdekt die mogelijk alleen in de placenta aanwezig is (KNOV)
De uitslag en daarna
De uitslag van de vlokkentest is er binnen 3-5 werkdagen. Een goede uitslag wordt in sommige gevallen digitaal gegeven (sms of e-mail). Bij een afwijkende uitslag zal de arts of klinisch geneticus altijd bellen. Als de baby een chromosoomafwijking heeft, krijgt de zwangere een vervolggesprek aangeboden. Dit kan met de gynaecoloog, klinisch geneticus of kinderarts zijn. Daarin bespreekt de arts wat de gevolgen van de aandoening zijn en welke behandeling er eventueel mogelijk is. Ook wordt besproken of de zwangere de zwangerschap uit wil dragen of af wil laten breken. Â
Meer informatie
www.pns.nl