
Tijdens de zwangerschap wordt een aantal keer met een venapunctie bloed afgenomen. Dit bloed wordt onderzocht op verschillende waarden, waaronder de rhesusfactor.
Wat is de rhesusfactor?
De rhesusfactor is een bloedgroepsysteem. Bloedgroepen zijn eiwitten die aan de buitenkant van rode bloedcellen zitten. Net als dat je een bloedgroep A, B, AB of 0 hebt, heb je ook een rhesusfactor. Op dit moment kennen we 50 antigenen in het rhesus-bloedgroepsysteem. Rhesus D is in de zwangerschap het meest belangrijk omdat het een sterke immuunreactie kan geven. De rhesusfactor wordt geschreven als rhesus (D) positief (Rh+) of rhesus (D) negatief (Rh-). De D staat voor bloedgroep D, maar wordt vaak weggelaten. Het kan ook worden gecombineerd met de bloedgroep en wordt dan geschreven als A+ of A-. Rhesus-positief wil zeggen dat de zwangere de rhesusfactor in haar bloed heeft. Bij rhesus-negatief ontbreekt de rhesusfactor in het bloed (Wickham, 2021).
Wat zijn IgM- en IgG-antistoffen?
Antistoffen hebben een belangrijke rol binnen het immuunsysteem van het lichaam. Ze worden gemaakt door speciale witte bloedcellen, bekend als B-cellen en plasmacellen. De antistoffen gaan als een signaal op de bacterie of virus zitten, waardoor het immuunsysteem ze herkent en de ziekteverwekker opruimt. IgM-antistoffen worden als eerste door het lichaam aangemaakt bij een infectie. Ze zorgen daarmee voor de eerste bescherming bij ziekten. Ze zijn groot en kunnen de ziekte snel bestrijden en ook andere antistoffen aan het werk zetten. IgG-antistoffen worden later aangemaakt en bieden langdurige bescherming. Ze zijn kleiner, kunnen beter overal in het lichaam komen en zijn effectiever dan IgM-antistoffen. IgG-antistoffen blijven, ook als de infectie weg is, in het bloed zichtbaar. Hierdoor zorgen ze voor versterking van het immuunsysteem. Ook kun je zo bij bloedonderzoek zien of iemand een bepaalde ziekte heeft doorgemaakt. De IgG-antistoffen zijn dan zichtbaar in het bloed.
Waarom wordt de rhesusfactor gecontroleerd?
Tijdens de zwangerschap is de bloedsomloop van moeder en baby gescheiden. De placenta zorgt ervoor dat zuurstof, voedingsstoffen en afvalstoffen wordt uitgewisseld. Tijdens de bevalling of de zwangerschap zelf kan het gebeuren dat een beetje bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komt. De kans hierop is het grootst tijdens de bevalling. Het bloed van de moeder herkent het bloed van de baby als lichaamsvreemd en gaat antistoffen aanmaken tegen het rhesus-antigeen. Het aanmaken van deze antistoffen duurt een aantal dagen. Zodra de IgM-antistoffen alle rhesus-antigenen hebben geneutraliseerd, stopt het lichaam met het aanmaken van antistoffen. Omdat IgM-antistoffen te groot zijn om de placenta te passeren en het een tijd duurt voordat ze zijn aangemaakt, is deze reactie bij een eerste zwangerschap zelden gevaarlijk. Zelfs als er bloeduitwisseling tijdens de zwangerschap is. Een uitzondering is als er al vóór de zwangerschap een immuunreactie is geweest, bijvoorbeeld door een verkeerde bloedtransfusie. Als de moeder rhesus-positief is, dan maakt het niet uit of de baby rhesus-negatief of rhesus-positief is (Wickham, 2021).
Waarom pas bij een tweede of volgende zwangerschap?
Het lichaam onthoudt echter hoe het aanmaken van de antistoffen moet. Dit is gevaarlijk bij een tweede of volgende zwangerschap. Als een rhesus-negatieve moeder dan weer een rhesus-positief kind draagt, worden bij bloeduitwisseling de geheugencellen geactiveerd. In plaats van grote IgM-antistoffen maakt het lichaam dan kleinere IgG-antistoffen aan die de placenta kunnen passeren. Aangezien deze antistoffen dus de rhesus-antigenen van de baby willen neutraliseren, kunnen zij als reactie langzaam het bloed van de baby afbreken en kan bloedarmoede ontstaan. Of dit gebeurt en hoe ernstig de reactie is, is vaak niet goed te voorspellen. Het risico groeit wel met elke volgende zwangerschap (Wickham, 2021).
Hoe gaat een rhesusfactor-controle?
Bij alle zwangeren wordt de rhesusfactor bepaald. Dit gebeurt door voor week 13 van de zwangerschap bloed af te nemen met een venapunctie. Van alle zwangeren is 84% rhesus-positief. Er zijn dan geen gevolgen voor de zwangerschap. Bij 16% is de factor rhesus-negatief. Omdat dit wel gevolgen kan hebben, wordt bij 27 weken zwangerschap extra bloedonderzoek gedaan. Uit het bloed van de moeder kan dan de rhesusfactor van het kind worden bepaald. Ook wordt er gekeken naar irregulaire antistoffen. Dit zijn antistoffen die normaal niet in het bloed voorkomen, maar kunnen ontstaan na een bloedtransfusie of eerdere zwangerschap. Ook als een rhesus-D negatieve zwangere bij een eerdere zwangerschap geen of te weinig Anti-D heeft gekregen, kunnen rhesus-antistoffen ontstaan. Als blijkt dat de baby rhesus-positief is, terwijl de moeder rhesus-negatief is, kan er een behandeling plaatsvinden. Hierover lees je meer in de volgende alinea. (NVOG, 2009. Bij ongeveer 100 rhesus-C negatieve zwangeren per jaar wordt tijdens het 27-weken bloedonderzoek antistoffen gevonden. Extra controle door een gynaecoloog wordt dan geadviseerd (Draaiboek PSIE).
Wat is anti-D?
Anti-D is een antistof dat door het lichaam wordt aangemaakt als het een bepaalde stof tegen komt. Dan is er ook nog een medicamenteuze anti-D. Deze wordt gebruikt bij rhesus-D negatieve zwangeren en is een medicijn dat de antistof bevat en zo ervoor zorgt dat de zwangere niet zelf antistoffen gaat aanmaken (Wickham, 2021). Als het kind rhesus-positief is, krijgt de zwangere het advies om rond de 30 weken zwangerschap een injectie met anti-D te krijgen en binnen 48 uur na de bevalling. Als het kind rhesus-negatief is, is een injectie met anti-D niet nodig. Een anti-D injectie wordt ook geadviseerd bij rhesus-D negatieve vrouwen met een spontane miskraam na 10 weken zwangerschap, een curettage bij een miskraam, een abortus, vroeggeboorte, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap, een molazwangerschap, een vlokkentest of vruchtwaterpunctie, een versie, bloedverlies in het tweede of derde trimester en een situatie waarin de buik een flinke klap heeft gehad. Het toedienen van een anti-D injectie vermindert, bij een ongestoorde zwangerschap en bij bovenstaande punten, de kans op een immuunreactie bij de moeder van 14,7% naar 1,6%. Een immuunreactie bij de moeder kan schadelijk zijn voor de baby(NVOG, 2009).
Meer info
Het boek Anti-D Explained van Sarah Wickham (2021).
Masterclass door Margot van Dijk in september 2026.