
De eerste keer het hartje van de baby horen is vaak een bijzonder moment. De zorgverlener luistert tijdens elke controle naar de hartslag van de baby. Met een echo is de hartslag al in de zesde zwangerschapsweek te horen. Bij het gebruik van een doptone of toeter duurt dit iets langer. Vanaf ongeveer 12 weken is de hartslag dan goed te vinden. De baby groeit dan ‘boven’ het schaambeen uit waardoor de geluidsgolven een goed signaal kunnen opvangen. Ook tijdens de bevalling wordt regelmatig met een doptone naar de hartslag geluisterd, of wordt in het ziekenhuis het CTG aangesloten voor een meting van de hartslag.
Waarom luisteren we naar het hartje?
De hartslag vertelt iets over de conditie van de baby. Een te snelle hartslag (tachycardie) kan bijvoorbeeld wijzen op een baby die ziek is. De hartslag kan ook erg laag zijn (bradycardie). Dit kan continu zijn, omdat de baby ziek is. Of tijdelijk, bijvoorbeeld tijdens de persfase van de baring. De zorgverlener kijkt dan of de hartslag tussen de weeën door weer voldoende herstelt. Ook kan een hartritmestoornis worden ontdekt tijdens het luisteren naar de hartslag.
Hoe wordt er naar het hartje geluisterd?


Van links naar rechts: houten toeter, fetoscoop, doptone
In de verloskundigenpraktijk gebruikt de verloskundige vaak een doptone voor het luisteren naar het hartje van de baby. Dit is een apparaat dat ultrasone geluidsgolven uitzendt. De golven worden teruggekaatst als ze een kloppend hartje registreren. Het teruggekaatste geluid wordt opgevangen en versterkt en dan hoor je de hartslag. Een normale hartslag van een baby is tussen de 100 en 160 slagen per minuut.

De verloskundige kan ook naar de hartslag luisteren met een houten toeter, de pinard. Dit is een houten monaurale stethoscoop. De verloskundige plaatst dan het brede uiteinde op het deel van de buik waar de rug van de baby wordt verwacht. Daar is de hartslag het beste te horen (tussen de schouderbladen). Het oor plaatst ze op het andere gedeelte van de toeter. Daarna laat ze de pinard los zodat er geen ruis ontstaat door het met een hand vast te houden (AVM richtlijn, 2022).

Een andere optie is de fetoscoop. Deze foetale stethoscoop lijkt op een gewone stethoscoop, maar heeft een klokvormig uiteinde dat de geluidsgolven van de foetale hartslag vergroot om ze hoorbaar te maken.

In de tweedelijnszorg wordt het CTG vaak aangesloten. Hierbij worden de harttonen van de baby door middel van een uitwendige transducer gemonitord (of met een schedelelektrode via het hoofdje van de baby) in combinatie met een toco die de weeën registreert. Lees daarover meer in het artikel Doptone en CTG tijdens de baring.Â
Waar wordt naar geluisterd?
De zorgverlener luistert naar het hartritme en de regelmaat van de hartslag. De hartslag wordt opgeschreven als cortonen, met de afkorting ct. Ook schrijft de zorgverlener erbij of de hartslag regelmatig (regulair) of onregelmatig (irregulair) klinkt.
Bijvoorbeeld:
ct 132/min reg betekent een regelmatige hartslag van 132 slagen per minuut.
Een regelmatige hartslag wil zeggen dat de tijd tussen twee slagen constant is en binnen een normaal bereik (100-160 slagen per minuut). Bij een onregelmatige hartslag wisselt de tijd tussen twee slagen. Het hart klopt dan niet meer ritmisch. Een aritmie kan onschuldig zijn en vanzelf overgaan of wijzen op een onderliggend gezondheidsprobleem.