Hoofdstuk 3 van 8
In uitvoering

2. Hoe is de uitgerekende datum ontstaan?

Tot de (zeer recente) moderne tijd hadden zwangeren geen echo’s, CTG-scans of apps om hun zwangerschap en de verwachte bevallingsdatum bij te houden. Eeuwenlang bepaalden zwangeren en hun vroedvrouw de geschatte uitgerekende datum op basis van hun cyclus en het aantal manen (tien manen = ongeveer negen maanden) die voorbijgingen sinds de laatste menstruatie. De christelijke kerk bekrachtigde dit uitgangspunt met de zogeheten annunciatie, of aankondiging van de geboorte van Jezus aan Maria; in de Orthodoxe Kerk en Rooms-Katholieke Kerk valt deze feestdag op 25 maart, dus negen maanden voor Kerstmis (Baskett, 2005)

Het was de Leidse hoogleraar in de geneeskunde Hermann Boerhaave (1668–1738) die aan het rekenen ging en met zijn onderzoek de bouwstenen legde voor wat later de Regel van Naegele (vernoemd naar de Duitse gynaecoloog Franz Carl Naegele, 1778–1851) is gaan heten: 

de eerste dag van de laatste menstruatie + negen maanden + nog eens zeven dagen = je uitgerekende bevallingsdatum. 


Naegele zelf publiceerde in 1847 de zevende editie van zijn ‘Boek Verloskunde’, waarin de uitgerekende datum net anders berekende, namelijk: eerste dag van de laatste menstruatie – 3 maanden + 7 dagen = uitgerekende datum (Loytved & Fleming, 2016).

Door 7 dagen toe te voegen aan de eerste dag van de laatste menstruatie, ontstaat er een gemiddelde correctie die past bij de 14 dagen tot ovulatie in een 28-daagse cyclus. Het resultaat is dat de berekening dan uitkomt op een gemiddelde zwangerschapsduur van 280 dagen (of 40 weken) vanaf de eerste dag van de laatste menstruatie.

Hoofdstuk inhoud
0% Voltooid 0/1 Stappen