4. Hoe berekenen we anno 2024 de uitgerekende datum?
Het NVOG-protocol Datering van de zwangerschap (2011) is ontstaan omdat er behoefte was aan meer eenduidigheid tussen de eerste en tweede lijn. Directe aanleiding hiervoor was het rapport Een goed begin uit eind 2009 waaruit met name de (vermeende) hoge babysterfte in Nederland leidde tot grote hervormingen binnen de geboortezorg. Uit het protocol: “De intensieve samenwerking tussen 1e en 2e lijn, en die tussen 2e lijn en perinatologische centra, vraagt om een eenduidige manier van zwangerschapsdatering. […] Een juiste bepaling van de zwangerschapsduur is een vereiste voor het verlenen van goede prenatale zorg.” En: “Een accurate bepaling van de zwangerschapsduur reduceert het aantal inleidingen in verband met serotiniteit en kan helpen bij het reduceren van perinatale mortaliteit en morbiditeit door het tijdig herkennen van vroege intra-uteriene groeirestrictie of macrosomie.”
Met andere woorden: als alle zorgverleners het eens zijn over de manier van termijn bepalen, kunnen problemen eerder gesignaleerd worden en het beleid onderling beter afgestemd. Ook voor het tijdig en betrouwbaar inzetten van prenatale testen (combinatietest, NIPT) zou eenduidige termijnbepaling nodig zijn.
Volgens het hierboven genoemde protocol (2011) is het […] “bekend dat de echoscopische meting van de kop-romplengte (crown-rump lenght of CRL), de distantia biparietalis (DBP) of de hoofdomtrek (head circumference of HC) van de foetus een veel betrouwbaardere methode is om de zwangerschapsduur te bepalen dan de LM (eerste dag van de laatste menstruatie, red.)”. De optimale datering met een echo zou tussen 10+0 en 12+6 weken zwangerschapsduur zijn (voor de 10 weken zwangerschap is een inwendige echo nodig).
Een groot Fins (wel verouderd; uit 1996) onderzoek onder 17.000 vrouwen laat inderdaad zien dat het gebruik van de LM minder betrouwbaar is dan een termijnbepaling met een echo tussen de acht en de zestien weken (Taipale & Hiilesmaa, 2001). Een ander onderzoek uit 2013 laat zien dat de beste termijn om de uitgerekende datum te bepalen tussen elf en veertien weken ligt. Bij een termijnbepaling rond de periode van elf tot veertien weken beviel 66% tot zeven dagen voor of na de uitgerekende datum (Khambalia et al., 2013). Een ouder onderzoek geeft aan dat bij het gebruik van echoscopie in het eerste trimester 55,2% beviel tot 7 dagen voor of na de uitgerekende datum. Vergeleken met 49,5% bij de bepaling van de uitgerekende datum op basis van de eerste dag van de laatste menstruatie (Mongelli et al., 1996).