Hoofdstuk voortgang
0% Voltooid

Het gebruik van curves om de termijn (en uitgerekende datum) van een zwangerschap vast te stellen, gaat uit van de veronderstelling dat alle foetussen in het eerste trimester even hard groeien. Het NVOG-protocol (2018) stelt dat dit zo is: […]“Embryologische studies laten zien dat het menselijke embryo zich uniform ontwikkelt, met slechts kleine variatie in grootte en zwangerschapsduur tijdens de verschillende stadia.” Dit zou volgens de auteurs van het protocol het gebruik van een echoscopische meting om de duur van de zwangerschap te beoordelen, ondersteunen. Het protocol geeft maar één verwijzing voor deze conclusie, een verouderd onderzoek (Blaas, 1998) waar slechts 29 zwangeren tussen 7-12 weken zwangerschap vijf echo’s kregen om de groei van hun baby in kaart te brengen.

Er zijn diverse andere studies (Perinatol 1994, Sahota  2009, Doubilet 2013) die deze conclusie ook onderschrijven. Zij concluderen ook dat foetussen ongeacht etniciteit tot 11 weken ongeveer net zo hard groeien, waardoor een CRL meting betrouwbaar is om de zwangerschapstermijn vast te stellen. 

Mijn ervaring als vroedvrouw & echoscopiste, door Margot van Dijk.
“Ik ben er niet zo zeker van, dat alle foetussen de eerste 11 weken nagenoeg even hard groeien. In de praktijk heb ik meermaals meegemaakt dat de uitgerekende datum wel tot een week verschilde met het moment waarop mijn cliënten wisten dat ze zwanger waren geworden. Sommige vrouwen houden dit zeer nauwkeurig bij of weten door inseminatie / IVF hoe ver ze zwanger zijn. Als de uitgerekende datum wat láter uitvalt, dan zou dit kunnen. Er zit mogelijk vertraging in de bevruchting of innesteling. Maar ik kan niet op twee handen tellen hoe vaak mensen tot wel een week éérder zwanger zouden zijn geworden volgens de termijnecho, terwijl dit praktisch onmogelijk was. Natuurlijk kan er een meetfout zijn gemaakt, dat is ook een redelijke optie (maar een week is wel echt een groot verschil). Los daarvan: er speelt zoveel mee in de groei in de eerste weken, dat ik het onwaarschijnlijk vind dat dit zo gelijk oploopt. 

Voor de duidelijkheid: dit gaat om mijn ervaring. Ik heb (nog?) geen onderzoeken die mijn beweringen onderbouwen.”

Een onderzoek naar echoscopische CRL-metingen tijdens 806 zwangerschappen (Jakubowski, 2020) liet wel een (vrij grote) foutmarge zien: slecht 323 (40,1%) scoorde op alle tenminste 4 van de 5 door de internationale beroepsvereniging voor echoscopie in de verloskunde (ISUOG) vastgestelde visuele kwaliteitscriteria voor een goede termijnecho (neutrale positie van de baby (belangrijkste marker), termijn van echo, optimaal beeldvlak, beide markers (hoofd en romp) tegelijkertijd in beeld, beeldkwaliteit). 

Van de overige data werden 279 (34,6%) als te slecht beoordeeld (score van 2 of minder) om een goede termijn vast te stellen. De overige 204 (25,3%) waren kwalitatief ook onder de maat (score van 3), maar niet dusdanig dat de uitgerekende datum aangepast moest worden.

Een klein uitstapje (gewoon omdat sommige kennis te belangrijk is om niet te delen): na het eerste trimester is er een veel grotere differentiatie in groei. Een Amerikaanse analyse van echo’s uit 1.737 zwangerschappen bij witte, zwarte, Latino en Aziatische vrouwen (Buck Louis, 2016) liet zien dat tot wel 15% van de niet-witte baby’s (hoogte percentage afhankelijk van de etnische achtergrond van de zwangere) ten onrechte het stempel ‘groeivertraagd’, doordat de groeicurves gebaseerd zijn op de groei van witte baby’s. Deze zwangeren krijgen mogelijk te maken met onnodige onderzoeken en medische interventies, zoals een inleiding.

Meer over racisme en discriminatie in de geboortezorg lees je in ons artikel daarover.