
Ongeveer 4% van de baby’s ligt bij een zwangerschapstermijn van ≥37 weken in stuitligging. De KNOV (2006) adviseert om elke zwangere met een stuitligging vlak voor of tijdens de uitgerekende periode een versie aan te bieden. Tijdens een uitwendige versie wordt de baby met een aantal handelingen van stuit- naar hoofdligging gedraaid.
Waarom een versie?
Als een baby na 36 weken nog in stuitligging ligt, kan de zwangere kiezen voor een vaginale bevalling of een keizersnede. Een vaginale baring in stuitligging en een keizersnede kan risico’s met zich meebrengen. Het draaien van de baby is een veilige en effectieve manier om een kind naar hoofdligging te bewegen. Als het lukt is er geen extra risico meer van een vaginale geboorte in stuitligging of een keizersnede (KNOV, 2006).
- Bekijk hier het webinar over de vaginale stuitbevalling.
- Lees meer over een keizersnede in het artikel Sectio (keizersnede).
- Momenteel (begin 2026) wordt er gewerkt aan twee artikelen: de instabiele ligging & dwarsligging en het artikel stuitligging.
Waar en wanneer een versie?
Het draaien van het kind kan zowel in de eerstelijn als tweedelijn plaatsvinden. In het ziekenhuis zijn hier vaak speciaal getrainde teams voor die meerdere versies op een dag uitvoeren. Ook in de eerstelijnspraktijk heeft de verloskundige hier een speciale training voor gehad. Een versie kan vanaf 36 weken. Vóór 36 weken is er onvoldoende onderzoek dat een versie effectief is. De kans dat de baby dan nog terugdraait is waarschijnlijk te groot. Ook als de stuitligging na 36 weken wordt ontdekt, is het nog mogelijk om een versie te doen. Omdat de baby dan groter is, neemt de kans dat de versie lukt wel af (NVOG, 2008).
Hoe gaat een versie?
Bij een versie gaat de zwangere zo ontspannen mogelijk op de onderzoeksbank liggen. De versie start met een echo en het luisteren naar de harttonen van de baby om vast te stellen dat die in goede conditie is. Eén of twee zorgverleners gaan aan de zijkant naast de zwangere staan. De zorgverlener(s) draaien met de hand, door druk te zetten op buitenkant van de buik. De billen worden uit het bekken getild en de baby naar een dwarsligging gedraaid. Als het lukt maakt de baby een soort van koprol om daarna vanzelf naar een hoofdligging te bewegen. Na afloop maakt de zorgverlener nogmaals een echo en luistert naar de harttonen van de baby. Bij een versie kan er een klein beetje bloed van de baby in de bloedbaan van de moeder komen. Als de zwangere een bloedgroep rhesus-D negatief is en de baby rhesus-D positief, dan kan de zwangere antistoffen gaan aanmaken die schadelijk zijn voor het kind. Het advies is om dan een injectie met anti-rhesus D toe te dienen. Lees hier meer over de rhesusfactor en anti-D.
Bij een erg gespannen baarmoeder is de kans dat een versie lukt kleiner. Door de spierspanning is het lastiger voldoende druk te geven om de baby te laten draaien. De zorgverlener kan dan adviseren om tocolyse toe te dienen. Dit is een medicijn dat de baarmoeder laat ontspannen (KNOV, 2006). Bekijk hier een filmpje over de versie.
Werkt een versie en is het veilig?
Uit onderzoek blijkt dat de kans dat een versie de eerste keer slaagt, 41% is. Het succespercentage wordt beïnvloed door verschillende factoren. Zo is de slagingskans van een versie hoger bij zwangeren van niet-Nederlandse afkomst en een hogere leeftijd van de zwangere. Ook is de kans op een geslaagde versie groter als de vrouw al vaker zwanger is geweest (KNOV, 2006).
Een versie heeft ook risico’s. De meest voorkomende complicatie is een lage hartslag (bradycardie) bij de baby. 2-7 op de 100 baby’s krijgt hier na een versie mee te maken. Gelukkig is dit kortdurend en gaat de bradycardie vanzelf weer voorbij. Bij 0,3%-0,5% van de baby’s ontstaat er een ernstige complicatie. Dit betekent dat bij meer dan 99,5% van de baby’s geen problemen ontstaan. De kans op het overlijden van de baby lijkt echter niet verhoogd na een versie. Bij de moeder is er incidenteel kans op vaginaal bloedverlies (KNOV, 2006).
Soms komt de baby niet verder dan de dwarsligging en draait hij weer terug naar een stuitligging. De versie is dan niet gelukt. Het is dan mogelijk om een aantal dagen later een volgende poging te doen. De kans op een geslaagde herhaalde versie is volgens onderzoek 29%. Bij een tweede versiepoging binnen twee weken hoeft geen anti-D injectie toegediend te worden (KNOV, 2006).
Wanneer is een versie niet mogelijk?
Er is weinig onderzoek gedaan naar contra-indicaties voor een versie. Redenen die in de praktijk vaak worden aangehouden om geen versie uit te voeren zijn (KNOV, 2006):
- Een meerlingzwangerschap (alleen mogelijk door een zorgverlener die daarin ervaren is en afhankelijk van o.a. het type meerlingzwangerschap en de ligging van beide kinderen)
- Ernstige groeivertraging bij het kind
- Ernstige hoge bloeddruk bij de moeder
- Een loslatende placenta tijdens een eerdere zwangerschap
- Een placenta die voor de uitgang ligt
- Zeer ruim vruchtwater (polyhydramnion)
Minder strikte redenen, maar om wel te overwegen zijn: bloedverlies tijdens de tweede helft van de zwangerschap, milde hoge bloeddruk bij de moeder en een eerdere keizersnede.
Leer meer over de versie in de masterclass Vaginale Stuitbevalling van Vraag de Vroedvrouw.