Tijdens de baring kan de zorgverlener, als de zwangere dat wil, een vaginaal inwendig onderzoek uitvoeren. Soms wordt het inwendig onderzoek ook aangeboden tijdens de zwangerschap.  Het inwendig onderzoek noemen we ook wel vaginaal onderzoek of vaginaal toucher. Meestal dient het inwendig onderzoek om de voortgang van de baring in de gaten te houden, maar het kan ook informatie geven over mogelijke complicaties.

Hoe gaat een inwendig onderzoek?

Een inwendig onderzoek gebeurt vaak liggend, maar kan net zo goed in een andere houding (zoals in bad, op de baarkruk, zijligging of staand). Als de zwangere of barende ligt, vraagt de zorgverlener om haar benen op te trekken en open te laten vallen. De zorgverlener vraagt om toestemming om de vrouw aan te raken en spreidt de binnenste labia. Eén en daarna twee vingers met een handschoen en glijmiddel worden ingebracht in de vagina, richting de baarmoedermond.

Waar voelt de verloskundige of arts naar?

Tijdens het inwendig onderzoek voelt de verloskundige of arts naar:

  • Portio: deze wordt ter voorbereiding op de bevalling korter en weker. Dit heet ook wel verstrijken. Tijdens het inwendig onderzoek voelt de zorgverlener of de baarmoedermond al (gedeeltelijk) is verstreken.
  • Ontsluiting: hoeveel centimeter ontsluiting is er?
  • Vliezen: zijn deze nog intact of al gebroken?
  • Aard: is er een hoofdje of stuit (of iets anders) in het bekken voelbaar?
  • Stand: welke stand heeft het hoofdje of de stuit?
  • Indaling: hoe ver is het hoofdje of de stuit ingedaald?

Wanneer wordt een inwendig onderzoek gedaan?

Tijdens de zwangerschap vindt niet standaard een inwendig onderzoek plaats. Een reden voor een inwendig onderzoek in de zwangerschap is als er sprake is van een mogelijk premature baring of als de zwangere 41 weken of langer zwanger is en eventueel gestript wil worden. Meer over strippen lees je in het artikel Serotiniteit (‘over tijd’).

Tijdens de baring voeren zorgverleners inwendig onderzoek uit om verschillende redenen. Het is daarmee ook meteen de meest ingezette interventie. Aan het begin van de baring, om te kijken of de baring al echt begonnen is. Tijdens de baring, om te kijken of de ontsluiting of de persfase vordert en wat de ligging van het kind is. Als de barende kiest voor een ruggenprik, kan met het inwendig onderzoek een inschatting worden gemaakt of de baring niet te snel vordert en deze manier van pijnstilling nog zinvol is. Andere redenen zijn bij het breken van de vliezen of om zicht te krijgen op de kracht van de weeën

Lees meer over het inwendig onderzoek en de onderbouwing (of het gebrek eraan) in dit artikel van Vraag de Vroedvrouw.