
Tijdens de baring wordt de conditie van de baby goed in de gaten gehouden. Dat gebeurt onder andere door te luisteren naar het hartje. De eerstelijns verloskundige doet dit met een doptone of soms een fetoscoop of toeter. In het ziekenhuis wordt dan vaak een CTG aangesloten. Meer informatie over het CTG vind je in het artikel Doptone en CTG tijdens de baring.
Wat is een CTG?
Een CTG is een cardiotocogram. Een manier om tegelijkertijd naar de hartactie (cardio) en de frequentie van de weeën (toco) te registreren. Het CTG kan uitwendig of inwendig worden uitgevoerd. Wanneer het CTG uitwendig wordt uitgevoerd, krijgt de barende een transducer en een toco op haar buik, die door 1 of 2 banden op hun plek gehouden worden. De transducer werkt in principe hetzelfde als de doptone en registreert de harttonen. De toco registreert de weeënfrequentie (maar niet hoe krachtig de weeën zijn!) en soms ook de hartslag van de moeder. Veel ziekenhuizen hebben een draadloos CTG, waarbij de transducer en toco niet met een draad aan het apparaat vast zitten.

Wanneer het CTG inwendig wordt uitgevoerd, wordt de toco nog steeds op de buik van de barende aangebracht, maar om de hartslag te registreren wordt een schedelelektrode (metalen draadje) aangebracht in de hoofdhuid (of in de huid van de bil indien het een stuitligging is) van de baby (zie foto).
Schedelelektrode
Standaard inzetten van de schedelelektrode is niet nodig, in de meeste gevallen werkt uitwendige registratie prima. Redenen om wel te kiezen voor een schedelelektrode zijn:
- Als de uitwendige registratie je belemmert om te bewegen, omdat het dan slecht registreert (en je dus bijvoorbeeld stil op bed ‘moet’ liggen voor een goede registratie). Je kunt in dit geval afhankelijk van de situatie ook intermitterend CTG (op & af) overwegen, maar dat blijft een bewegingsbelemmering.
- Sommige CTG’s registreren slecht onder de douche of in bad.
- Als er zorgen zijn om de conditie van de baby maar de registratie slecht is, of er misschien twijfel is of de hartslag van de moeder wordt geregistreerd. En geprobeerd wordt om met uitwendige registratie dit helderder te krijgen, maar dat niet lukt.
Nadelen van de schedelelektrode zijn:
- Het is pijnlijk voor de baby. Dit wordt vaak niet benoemd, maar het metalen draadje wordt in de hoofdhuid gedraaid, als we dat in onze eigen huid draaien, dan is dat pijnlijk. En baby’s voelen pijn (het is erg ouderwets om te denken dat dat niet zo is).
- De vliezen moeten gebroken zijn of worden gebroken door de schedelelektrode.
- Het plaatsen van de schedelelektrode vinden sommige barenden een pijnlijke handeling en kan ze uit de flow halen.
- Het veroorzaakt een wondje op het hoofd van de baby, die kan gaan ontsteken. Er is onderzoek dat aanwijst dat dit de kans op een (zeldzame) GBS-infectie bij de baby iets verhoogd. Meer daarover lees in paragraaf 9 van het artikel Groep B Streptokokken (GBS).
Wanneer wordt een CTG gedaan?
Het CTG wordt geadviseerd bij barenden die een verhoogd risico hebben op asfyxie bij de baby. Over het algemeen geldt dat overal in de tweedelijn het CTG wordt gebruikt om de harttonen van de baby te registreren tijdens de baring. In het artikel Doptone en CTG tijdens de baring staat een volledig overzicht vanuit de NVOG-richtlijn van alle indicaties om een CTG in te zetten.
Wat zie je op een CTG?
De uitslagen van alle metingen zijn zichtbaar op een scherm in de kamer en ook altijd zichtbaar in een aparte kamer waar de zorgverleners er continu zicht op hebben. Bij bepaalde afwijkende harttonen of slechte registratie, geeft het CTG een alarmsignaal af.
Op het scherm van een CTG zie je twee lijnen:
- De toco: dit is de onderste lijn en meet de weeënactiviteit. Als de zwangere weeën heeft, laat deze lijn een golvende beweging zien. De lijn laat zien dat er een wee is, niet hoe sterk de wee is. Hoe groot de golf is zegt dus niets over hoe krachtig (of pijnlijk) de wee is. 3-5 weeën per 10 minuten is tijdens de baring een normale weeënactiviteit.
- De foetale hartslag: dit is de bovenste lijn. Deze lijn laat het aantal slagen per minuut van het hart van de foetus zien. Tussen de 110-150 slagen per minuut is tijdens de baring een normale basishartfrequentie. Bij een CTG kijkt de zorgverlener ook naar de schommeling in hartfrequentie (variabiliteit), grote stijgingen (acceleraties) en grote dalingen (deceleraties). Deze veranderingen kunnen laten zien dat het goed gaat met de foetus of dat er mogelijk iets aan de hand is (NVOG, 2013). Dit wordt ook verder uitgelegd in het artikel Doptone en CTG tijdens de baring.
Voor- en nadelen van een CTG
Voordelen:
- Een CTG, zo wordt gedacht, kost minder tijd. De zorgverlener kan meerdere CTG’s bekijken vanuit een centrale ruimte. De verloskundige zorg in Nederland is zo ingericht dat het vaak niet mogelijk is om tijdens de ontsluiting elke 15 tot 30 minuten op de kamer met een doptone te luisteren. Een CTG kan dan een handig middel zijn.
- In ziekenhuizen zijn soms geen of maar enkele doptones aanwezig. Daarnaast zijn veel zorgverleners in het ziekenhuis niet getraind in het gebruik van de doptone, toeter of fetoscoop.
Nadelen:
- CTG-registratie zorgt niet voor betere uitkomsten voor moeder en kind, maar CTG-registratie wel leidt tot een grotere kans op een keizersnede of vacuümbevalling. De onderzoeken hierover zijn wel relatief oud en we weten niet precies wat het effect van het CTG in de huidige Nederlandse situatie is.
- Als het CTG inwendig registreert, wordt een schedelelektrode gebruikt. Nadelen hiervan zijn dat de vliezen moeten worden gebroken en het plaatsen ervan voor de barende een vervelende handeling kan zijn. Ook is het plaatsen van de elektrode pijnlijk voor de baby en veroorzaakt het een wondje dat kan gaan ontsteken.
Lees meer over het CTG in het artikel ‘Doptone en CTG tijdens de baring.