Afbeelding van het meten van de bloeddruk

Het hart pompt met kracht bloed door de slagaders. Het rondpompen van het bloed zorgt voor druk op de bloedvaten: de bloeddruk. Meestal wordt de bloeddruk van de zwangere standaard bij elke afspraak gemeten. Een te lage bloeddruk (hypotensie) is vervelend als zwangere omdat je een duizelig gevoel krijgt en het risico loopt om flauw te vallen. Een hoge bloeddruk (hypertensie) geeft meer kans op complicaties. Pre-eclampsie heeft ook te maken met een hoge bloeddruk. Hierover volgt nog een apart artikel, voor nu vind je hierover meer informatie op onze A-Z pagina.

Hoe wordt de bloeddruk gemeten?

Het meten van de bloeddruk kan handmatig of met een automatische bloeddrukmeter. Bij het handmatig meten wordt een manometer en stethoscoop gebruikt. De zwangere krijgt terwijl ze zit, staat of ligt een opblaasbaar manchet (lijkt op een band) om de blote bovenarm, ongeveer 2,5 cm boven de elleboogplooi ter hoogte van het hart. De zorgverlener pompt het manchet op totdat de polsdruk niet voelbaar is. Daarna laat zij/hij het manchet langzaam leeglopen, ondertussen met de stethoscoop luisterend naar de bloeddoorstroming van de slagader in de arm, net onder het manchet (LVOG, 2022). 


Als de druk in het manchet laag genoeg is voor bloeddoorstroming, hoort de zorgverlener de eerste Korotkoff-toon van de bloeddruk. Dit is de bovendruk, ook wel de systolische druk genoemd. Dit is de druk van het bloed dat uit het hart gepompt wordt. Als het manchet verder leegloopt verdwijnen de Korotkoff-tonen. Het moment van verdwijnen van de Korotkoff-tonen is onderdruk, ook wel de diastolische druk genoemd. De onderdruk is de druk van het bloed wanneer het hart weer ontspant. De onderdruk is daardoor lager dan de bovendruk. De meting wordt opgeschreven als bovendruk/onderdruk, bijvoorbeeld 128/80. Een automatische bloeddrukmeter heeft een manchet met een display. De zwangere kan het manchet zelf om de bovenarm doen en het apparaat meet de trillingen in de vaatwand. Aan de hand daarvan wordt de gemiddelde vaatdruk berekend en vervolgens de onder- en bovendruk. Beide worden weergegeven op het display (NVOG, 2014). 

Wat beïnvloedt de bloeddrukmeting?

Het handmatig meten van de bloeddruk is de ‘gouden standaard’ in de verloskunde. De automatische bloeddrukmeter geeft een andere, vaak lagere waarde dan een handmatige meting. Hypertensie tijdens de zwangerschap kan alleen met een handmatige bloeddrukmeter worden gediagnosticeerd. Door de vaatverandering die bij hypertensie optreedt, is het automatisch meten van de bloeddruk minder betrouwbaar. In praktijken die een automatische bloeddrukmeter gebruiken, wordt de bloeddruk vanaf ≥130 en/of 80 handmatig opnieuw gemeten (KNOV,2011 ). 

Daarnaast kan de bloeddrukmeting worden beïnvloed door: 

  • De arm waaraan je meet: bij sommige zwangeren is er een verschil in bloeddruk tussen de linker- en rechterarm. De zorgverlener meet daarom de eerste keer de bloeddruk aan beide armen. Als het verschil 10 of meer is, dan wordt voortaan de arm met de hoogste waarde gemeten. Zo niet, dan is de rechterarm standaard de arm voor de bloeddrukmeting. 
  • De lichaamshouding van de zwangere: staand is de bloeddruk hoger dan zittend. En liggend lager dan staand. Daarnaast kan het kruisen van de benen zorgen voor een hogere bloeddruk omdat de aderen worden afgekneld. Het advies is daarom bij zittend meten beide voeten op de grond te zetten. 
  • Activiteit: als de zwangere net naar de praktijk gewandeld is, zal de bloeddruk hoger zijn dan als ze even rustig heeft kunnen zitten. 
  • De breedte van het manchet: een standaard manchet is geschikt voor een armomtrek van maximaal 33 cm. Als de omtrek groter is, moet een breder manchet worden gebruikt. 
  • De apparatuur en gebruik daarvan: een handmatige bloeddrukmeter moet jaarlijks geijkt worden om goed te werken. Ook mag het manchet niet te snel leeg leeglopen omdat de bovendruk dan te laag wordt geschat en de onderdruk te hoog.
  • De verloskundige zelf: het gehoor en zicht van de zorgverlener, maar ook in hoeverre je afleest wat je wil aflezen (bias) (KNOV, 2011).  

Wanneer wordt de bloeddruk gemeten?

Tijdens de zwangerschap wordt bij elke controle de bloeddruk van de zwangere gemeten. De waarde hiervan verandert tijdens de zwangerschap. In het begin van de zwangerschap zorgt het vrijkomen van het hormoon progesteron ervoor dat de bloedvaten ontspannen en de bloeddruk omlaag gaat. Tijdens de zwangerschap is er een toename in bloedvolume om de baby en placenta te voorzien van voldoende bloed waardoor de juist bloeddruk toeneemt. Elke termijn heeft daarom zijn eigen bloeddrukwaarden. Er is sprake van zwangerschapshypertensie na een termijn van 20 weken als de onderdruk ≥ 90 is en/of de bovendruk  ≥ 140. Op de praktijkkaart Hypertensie van de KNOV vind je de afkapwaarden per termijn en welke actie daarbij gewenst is (KNOV, 2011).