In de afgelopen jaren is het aantal redenen waarom ingeleid zou moeten worden sterk gegroeid. Uitgangspunt van de meeste richtlijnen is dat bij de keuze voor inleiden het risico op wachten tot spontane weeën voor moeder en kind groter lijkt dan het risico van het inleiden van de baring (NVOG, 2020; RCOG 2001). De redenen kunnen grofweg worden onderverdeeld in:
- Er is een complicatie gaande;
- Een al bestaande ziekte wordt erger door de zwangerschap;
- Er is een verhoogde kans op complicaties. Verreweg de meeste indicaties vallen in deze categorie.
Uiteindelijk mag een zwangere zelf beslissen of ze akkoord gaat met het advies voor een inleiding. Ook kan in sommige ziekenhuizen ingeleid worden op verzoek van de zwangere zelf.
| Keuzevrijheid Belangrijk is dat, zoals tijdens de gehele zwangerschap en baring, ook bij inleiden sprake is van keuzevrijheid. De zorgverlener informeert de zwangere goed over alle voor- en nadelen van de inleiding en er is ‘informed consent’. Meer informatie over de rechten en plichten in de geboortezorg vind je uitgebreid in het artikel ‘Rechten en plichten in de geboortezorg’. Daarnaast kan de methodiek BRAINS een zwangere helpen om de eigen unieke situatie te bekijken en te beslissen wat daarvoor het beste is. |
Hieronder worden de indicaties voor inleiden weergegeven zoals deze in verschillende richtlijnen zijn terug te vinden. Bij diverse indicaties wordt verwezen naar het uitgebreide artikel hierover op deze website.
Groeivertraagde baby
Afhankelijk van de ernst van de groeivertraging wordt een inleiding geadviseerd. Bij een zwangere tussen de 38 en 40 weken lijkt er geen verschil in uitkomsten voor moeder en kind te zijn tussen inleiden en afwachten. De NVOG adviseert bij deze groep daarom vooral de voorkeur van de moeder een rol te laten spelen. Alleen wanneer sprake is van extreme groeivertraging, wordt eerder inleiden geadviseerd. Bij een zwangerschap tussen de 24 en 36 weken wordt afwachtend beleid geadviseerd zo lang erg geen verdere afwijkingen worden gevonden en de foetus goed gecontroleerd wordt. Het prematuur bevallen heeft in zichzelf namelijk ook risico’s (NVOG, 2017).
- Zorgverleners vinden hierover meer informatie in de masterclass ‘SGA: de (te?) kleine baby’.
- Zwangeren kunnen het webinar De (te?) kleine baby bekijken.
- De masterclass in augustus 2026 gaat over Uitwendig onderzoek en groeiecho’s.
Langdurig gebroken vliezen
Een risico van (langdurig) gebroken vliezen voor de zwangere, is het oplopen van een infectie. Bij een infectie gaat het in de meeste gevallen om een ontsteking van de vliezen (chorioamnionitis) in de zwangerschap of een ontsteking van het baarmoederslijmvlies (endometritis) in de kraamtijd. Een infectie bij de moeder kan ook leiden tot een infectie bij de baby. Als er 24 uur na het breken van de vliezen nog geen weeën zijn, is het advies in de meeste regio’s om de zorg over te dragen naar de tweedelijn. Wanneer er na 48 tot 72 uur gebroken vliezen nog geen weeën zijn, adviseert de zorgverlener vaak om de baring in te leiden.
- Lees meer over dit onderwerp in het artikel ‘Langdurig gebroken vliezen’.
Inleiding op verzoek voor 41 weken
Soms is er geen specifieke medische indicatie voor een inleiding, maar is het een verzoek van de zwangere zelf. De NICE-richtlijn heeft het over zwaarwegende psychologische of sociale redenen waarbij een inleiding voor deze groep mogelijk zou moeten zijn. Daarbij is het wel van belang dat de zwangere een ‘rijpe’ baarmoedermond aan de hand van de Bishop score heeft (NICE, 2021). De NVOG adviseert zwangeren niet actief een inleiding voor 41 weken aan te bieden zonder dat hier medische redenen voor zijn. Als een zwangere zelf met dit verzoek komt is het volgens de NVOG van belang de voor- en nadelen goed af te wegen, maar de voorkeur van de zwangere het zwaarst te laten wegen (NVOG/FMS, 2012).
De richtlijn Electieve inleiding vind je hier.
Macrosomie
Een groot kind wordt ook wel macrosoom genoemd. Wanneer sprake is van macrosomie, hangt af van welke definitie wordt gebruikt. Bij een macrosome baby is er mogelijk meer risico op een vastzittende schouder tijdens de geboorte. De kans op deze schouderdystocie is de belangrijkste reden waarom macrosomie als indicatie voor een inleiding wordt gebruikt (Reed, 2018).
Zorgverleners vinden hierover meer informatie in de masterclass: LGA: de (te?) grote baby;
Zwangeren vinden hierover meer informatie in het webinar ‘De (te?) grote baby’.
De masterclass in augustus 2026 gaat over Uitwendig onderzoek en groeiecho’s.
Meerlingen
Het risico op perinatale sterfte bij tweelingen stijgt na 37 weken zwangerschap (Reed, 2019). Deze toename van perinatale sterfte is de reden dat inleiden bij meerlingen wordt geadviseerd. Afhankelijk van het type meerlingzwangerschap wordt een andere termijn om in te leiden aangehouden. De NVOG adviseert daarover het volgende:
- Verminderde groei bij een dichoriale tweeling: inleiden voor 40 weken
- Ongecompliceerde dichoriale tweeling: inleiden voor 38 weken
- Monochoriale tweeling: inleiden tussen de 36 en 37 weken (NVOG, 2011).
Richtlijn Meerlingzwangerschap
Zorgverleners vinden hierover meer informatie in de masterclass ‘Tweelingzwangerschap & -bevalling. Zwangeren kunnen het webinar Tweelingzwangerschap & -bevalling bekijken
Minder leven voelen
Afhankelijk van de zwangerschapstermijn zal de zorgverlener bij minder leven voelen verschillende controles uitvoeren. Als de uitkomsten van deze controles afwijkingen laten zien, kan dat in de praktijk een indicatie zijn om te adviseren de baring in te leiden.
Overleden baby
Als er geen bloedverlies is en de vliezen niet zijn gebroken, kan er afgewacht worden tot de baring spontaan op gang komt. Een zwangere kan er ook voor kiezen om eerder ingeleid te worden. Als een zwangere eerder (tijdens de zwangerschap) haar baby heeft verloren, is er een verhoogd risico op doodgeboorte in volgende zwangerschappen. Ook dat kan een reden zijn om bij een volgende zwangerschap te adviseren eerder in te leiden (Reed, 2018; Lamont et al., 2015).
Lees meer over dit onderwerp in het artikel Verliesgeboorte.
Serotiniteit
Na 40 weken zwangerschap wordt er vaak gesproken over ‘over tijd’. Bij 42 weken en 0 dagen zwangerschap heet dit serotiniteit. Bij een zwangerschap van 42 weken of langer worden vaker complicaties bij de baby gezien zoals meconiumhoudend vruchtwater, asfyxie en perinatale sterfte. Lange tijd werd er in Nederland een inleiding aangeboden als een zwangere nog niet was bevallen bij 42 weken zwangerschap. Inmiddels vindt er een verschuiving plaats: op steeds meer plekken wordt bij 41 weken zwangerschap een inleiding aangeboden en geadviseerd.
Lees hier meer over in het artikel ‘Serotiniteit (‘over tijd’)’.
Zwanger en 40+
Er is in Nederland (nog) geen landelijke richtlijn over het inleiden op basis van maternale leeftijd. In veel regio’s is desondanks het advies om bij zwangeren boven de 40 jaar rond de uitgerekende datum een inleiding te plannen, omdat de kans op overlijden van de baby mogelijk iets verhoogd (maar nog steeds zeldzaam) is.
Lees hier meer over in het artikel ‘Zwanger bij 40 jaar en ouder’.
Zwangerschapscholestase
Bij zwangerschapscholestase wordt geadviseerd de zwangerschap niet voorbij de 40 weken te laten komen. Dit omdat bij zwangerschapscholestase vaker sprake is van babysterfte en er aanwijzingen zijn dat de frequentie van deze sterfte is afneemt door in te leiden.
- Lees hier meer over in het artikel ‘Zwangerschapscholestase’.
(Zwangerschaps)diabetes
De baby reageert op de hoge glucosewaarden van de moeder bij (zwangerschaps)diabetes. Daardoor is er een grotere kans op een groot kind (macrosomie) en een schouderdystocie. Dit kan een reden zijn om eerder in te leiden. Bij Diabetes Mellitus is het advies meestal om uiterlijk met 38 weken in te leiden, bij zwangerschapsdiabetes is het advies heel wisselend. In sommige regio’s is het advies om met 38 weken in te leiden en in andere regio’s is het tot 42 weken nog mogelijk is om thuis te bevallen.
- De masterclass in oktober 2026 gaat over de OGTT en dagcurves.
- Het artikel Diabetes Mellitus
- Zorgverleners vinden hierover meer informatie in de masterclass Diabetes Gravidarum en de masterclass LGA: de (te?) grote baby;
- Zwangeren vinden hierover meer informatie in het webinar De (te?) grote baby.
Zwangerschapshypertensie/Pre-eclampsie
(Zwangerschaps)hypertensie kan een reden zijn dat de zorgverlener een inleiding adviseert. De richtlijn van de NVOG geeft aan dat vrouwen met zwangerschapshypertensie vanaf 37 weken samen met de zorgverlener een afweging maken tussen een inleiding of verdere monitoring van de zwangerschap. Bij vrouwen met milde pre-eclampsie wordt vanaf 37 weken geadviseerd in te leiden. Bij ernstige pre-eclampsie wordt ook voor 37 weken geadviseerd in te leiden.
- De masterclass in juli 2026 gaat over Bloeddruk.
- We werken momenteel aan een artikel over dit onderwerp.
Het belang van naar meerdere factoren kijken
Een indicatie om in te leiden, hangt nu vaak af van één kenmerk van de zwangere vrouw/zwangerschap dat het risico op complicaties of overlijden van de baby verhoogt. Recent Nederlands onderzoek van Goodarzi (2022) laat zien dat om een goede balans te vinden tussen de risico’s van afwachten en de nadelen van inleiden, het van belang is om naar meerdere kenmerken te kijken bij het besluit om in te leiden. Door naar één kenmerk te kijken, kan het volgens de onderzoekers zijn dat een inleiding te snel wordt geadviseerd, maar ook dat dit onterecht juist niet wordt gedaan. Een voorbeeld: een zwangere kan langdurig gebroken vliezen hebben en daardoor het advies tot inleiden. Daarnaast heeft zij echter ook psychologische, sociale, culturele en spirituele wensen rondom de baring. Goodarzi (2022) geeft aan dat ook deze kanten meegewogen moeten worden. Als de zwangere zelf meebeslist bij de keuze tot inleiding zal ze wellicht meer risico accepteren dan de zorgverlener die enkel naar het fysieke risico kijkt. Door breder te kijken worden onnodige inleidingen voorkomen en extra risico’s vermeden (Goodarzi et al., 2022).