Er is momenteel geen bewijs dat een consult (met echo van de hoeveelheid vruchtwater en een CTG) in de week tussen 41 en 42 weken zwangerschap een meerwaarde heeft (NVOG, 2021). Dat er geen bewijs is betekent niet dat een consult géén meerwaarde heeft; het betekent simpelweg dat we niet weten óf het een meerwaarde heeft en of het leidt tot betere of slechtere uitkomsten. De richtlijn van de NVOG beschrijft dat sommige zwangeren geruststelling kunnen ervaren door een consult. In (oudere) onderzoeken waarbij soms tot 44 weken zwangerschap afgewacht wordt, werd vrijwel altijd twee of drie controles per week aangeboden, waarbij onder andere het vruchtwater per echo werd gemeten.
Het CTG en een echo vruchtwater hebben een hoog vals-positieve en een laag vals-negatieve waarde. In deze context betekent het dat wanneer het CTG of de echo een probleem laten zien, er een grote kans is dat dat probleem er in werkelijkheid niet is. Tegelijk is het zo dat wanneer de CTG en de echo góed zijn, de kans groot is dat dat ook daadwerkelijk zo is. De richtlijn beschrijft: ‘Een nadeel kan zijn dat er bij afwijkingen een interventie wordt aangeboden aan de zwangeren (inleiden) zonder harde onderbouwing, anders dan alleen de zwangerschapsduur als risicofactor in combinatie met de kenmerken van de zwangere zelf (leeftijd, BMI, pariteit).’ (NVOG, 2021)