Samenvatting Sectio (keizersnede)
| Disclaimer Deze samenvatting geeft je de belangrijkste informatie over de sectio. Het volledige artikel is veel uitgebreider en voor leden van Vraag de Vroedvrouw volledig te lezen in de Kennisbank. Het is goed om te weten dat een samenvatting onvermijdelijk nuance mist. Je kunt de samenvatting gebruiken voor een gesprek met je zorgverlener of zwangere cliënt. De samenvatting (en ook het gehele artikel uiteraard) valt onder auteursrecht. Dit betekent dat je niks hiervan openbaar mag maken of hieruit mag kopiëren zonder uitdrukkelijke schriftelijke toestemming van Vraag de Vroedvrouw. Benieuwd naar de volledige informatie over de sectio en nog veeeeeel meer duidelijke wetenschappelijk onderbouwde artikelen over onderwerpen binnen zwangerschap, baring en kraamtijd? Word dan lid van Vraag de Vroedvrouw! |
In 2021 beviel wereldwijd één op de vijf (21%) vrouwen met een keizersnede. De WHO verwacht dat dat percentage in 2030 groeit naar circa 29%. In Nederland was in 2021 het percentage keizersneden 18%, een lichte stijging (0,4%) ten opzichte van het jaar daarvoor.
In Nederland is het beleid om een vaginale bevalling na te streven en ‘uitsluitend als hiervoor een medische (inclusief psychiatrische) indicatie bestaat, een sectio caesarea uit te voeren’ (NVOG, 2011). Hieruit volgt dat een gynaecoloog een verzoek tot sectio mag afwijzen als er geen medische indicatie is.
Redenen voor een keizersnede
Er zijn verschillende redenen voor zowel een primaire en secundaire sectio, maar er is zelden een harde indicatie die in alle gevallen leidt tot een keizersnede. De meest voorkomende redenen voor een primaire (geplande) sectio zijn een eerdere keizersnede, een afwijkende ligging van de baby (stuit of dwarsligging) of problemen met (de locatie van) de placenta. Bij een secundaire (ongeplande) keizersnede zijn de meest voorkomende redenen stagnatie van de baring (in ontsluitings- of persfase) en (vermeende) foetale nood.
De richtlijn van de NVOG stelt dat voor een geplande sectio een termijn van 39 weken ideaal is, omdat er voor die termijn een verhoogde kans is op ongunstige uitkomsten voor de baby, met name ademhalingsproblemen en een (te) lage bloedsuikerwaardes (hypoglykemie). Ook is de kans op opname op de NICU en sterfte hoger bij een sectio voor de 39 weken. Bij een secundaire sectio maakt men onderscheid tussen een spoedsituatie waarbij een tijdsspanne van 30 minuten geldt, en een minder haast-scenario met 75 minuten als tijdsindicatie.
Gezondheidsrisico’s
Een keizersnede kan voor zowel moeder als kind een levensreddende operatie zijn, maar kan ook korte en langetermijneffecten hebben op zowel moeder als kind. De moedersterfte in Nederland is laag, maar vrouwen die met een keizersnede bevallen hebben wel een drie keer zo grote kans om te overlijden dan vrouwen met een vaginale bevalling. Het fysieke herstel na een keizersnede duurt bij een keizersnede gemiddeld genomen langer en vrouwen die bevallen zijn met een secundaire sectio ervaren meer psychische problemen in hun kraamtijd. Na een keizersnede is de kans op succesvolle borstvoeding lager als moeder en kind langer na de geboorte dan een uur gescheiden zijn.
Voor baby’s geldt dat hoe vroeger de termijn dat ze geboren worden, hoe hoger de kans op met name ademhalingsproblemen en (te) lage bloedsuikerwaardes (hypoglykemie). Ook is de kans op opname op de NICU en sterfte hoger bij een sectio voor de 39 weken.
Een geplande keizersnede na een eerdere keizersnede geeft een verhoogde kans op complicaties. Zo neemt de kans op verklevingen rond de blaas, placenta praevia en placenta accreta toe met elke opvolgende keizersnede. Inwendig littekenweefsel en verklevingen kunnen een minder gunstige invloed hebben op de toekomstige zwangerschappen en bevallingen.
Uit onderzoek blijkt dat een derde van de vrouwen die via een keizersnede bevallen zijn, hier klachten aan overhoud. De onderzoekers hebben een naam gegeven voor de verzameling van klachten: Cesarean Scar Disorder (CSDi). De meest voorkomende klachten van vrouwen zijn tussentijds bloedverlies (spotting), pijnklachten tijdens de menstruatie en vrijen en vruchtbaarheidsproblemen.
Wat is van invloed?
Een inleiding, foetale monitoring tijdens de baring en een klinische bevalling (tweede lijn) vergroot de kans op een sectio. Een ruggenprik verhoogt wel de kans op een vacuümverlossing, maar niet op een keizersnede. Continue ondersteuning in de eerste lijn verlaagt de kans op een sectio.