Baren na een eerdere keizersnede

In 2020 beviel in Nederland 18,6% van de nullipara per keizersnede en 16,3% van de multiparabaarde haar kind(eren) per keizersnede. Als deze vrouwen opnieuw zwanger raken, komen zij voor de keuze te staan wat zij een volgende baring willen: vaginaal bevallen of een geplande keizersnede. Een vaginale baring na een eerdere keizersnede wordt ook wel een VBAC genoemd: Vaginal Birth After a Caesarean. Als een zwangere kiest voor een VBAC, is dit volgens de richtlijn een indicatie om in de tweedelijn te baren met CTG-registratie.

Wat zijn de risico’s van een VBAC en wat is de kans om daadwerkelijk vaginaal te baren? Wat zijn de risico’s van een geplande keizersnede na een eerdere keizersnede? Wat is de onderbouwing van de richtlijn om in de tweedelijn met CTG-registratie te baren? En zijn er nog meer mogelijkheden dan een vaginale baring of een geplande keizersnede? In dit artikel worden deze en nog meer vragen beantwoord.

  • Wat betekenen de verschillende termen rondom baren na een eerdere keizersnede?
  • Wat is een uterusruptuur?
  • Is een VBA2C anders dan een VBAC?
  • Welke complicaties kunnen ontstaan bij een CBAC?
  • Wat zijn de voor- en nadelen van een VBAC in vergelijking met een keizersnede?
  • Wat is de onderbouwing van het beleid?
  • Welke andere mogelijkheden zijn er?
  • Wat is belangrijk voor zwangeren in de keuze rondom een VBAC?
Afbeelding1